De doorgeefschenking: populair, maar niet altijd de beste keuze
- Bob Beazar
- May 21
- 5 min read
Steeds meer Vlamingen maken gebruik van een doorgeefschenking. Vorig jaar gebeurde dat via 1.251 akten, een record sinds het systeem eind 2019 in het leven werd geroepen. In totaal werd in 2025 voor 398 miljoen euro op die manier doorgeschonken.
Dat succes is begrijpelijk. De doorgeefschenking laat toe om geërfd vermogen binnen bepaalde grenzen door te schenken aan afstammelingen, zonder dat daarop opnieuw schenkbelasting verschuldigd is.
Toch is zij niet altijd de meest aangewezen oplossing. Via een slim opgesteld testament kan in veel gevallen hetzelfde resultaat worden bekomen, maar met aanzienlijk gunstigere fiscale gevolgen.
Wat is een doorgeefschenking?
Een doorgeefschenking laat toe dat iemand die vermogen erft, bepaalde goederen of waarden uit die nalatenschap doorschenkt aan zijn of haar kinderen.
De techniek is vooral bedoeld voor situaties waarin een kind erft van zijn ouder, maar het vermogen niet zelf nodig heeft. In dat geval kan het kind beslissen om het geërfde vermogen geheel of gedeeltelijk door te geven aan de eigen kinderen.
Fiscaal is dat interessant omdat de schenking onder voorwaarden vrijgesteld kan zijn van schenkbelasting. De Vlaamse Codex Fiscaliteit voorziet die vrijstelling wanneer goederen of waarden die met erfbelasting werden belast, binnen het jaar na het overlijden bij notariële akte worden geschonken aan afstammelingen of daarmee gelijkgestelde personen. De vrijstelling geldt slechts binnen de grenzen van de waarde van de goederen waarop erfbelasting werd betaald.
Waarom de techniek populair is
De populariteit van de doorgeefschenking is niet moeilijk te verklaren. Veel mensen erven vandaag op een leeftijd waarop zij het geërfde vermogen niet onmiddellijk nodig hebben. Hun kinderen staan daarentegen vaak op een punt in hun leven waarop financiële ondersteuning wel welkom is: de aankoop van een woning, de uitbouw van een zelfstandige activiteit, de zorg voor jonge kinderen of de opbouw van een eigen vermogen.
De doorgeefschenking biedt dan een manier om vermogen sneller te laten doorstromen naar de generatie die het op dat moment het meest nodig heeft. Bovendien behoudt het kind dat erft een zekere keuzevrijheid. Het kan na het overlijden beoordelen of het de erfenis zelf behoudt, gedeeltelijk doorgeeft of volledig doorschenkt.
Maar soms is verwerpen fiscaal beter
Ook de verwerping van een nalatenschap kan in bepaalde gevallen een nuttige techniek zijn om een generatiesprong te realiseren.
Wanneer het van bij het begin de bedoeling is dat het vermogen van vader of moeder rechtstreeks bij de kleinkinderen terechtkomt, kan het kind overwegen om de nalatenschap te verwerpen. In dat geval verkrijgt het kind zelf niets uit de nalatenschap. Zijn of haar afstammelingen kunnen dan, onder de wettelijke voorwaarden, via plaatsvervulling in zijn of haar plaats tot de nalatenschap komen.
In Vlaanderen kan dat fiscaal interessant zijn. De erfbelasting wordt dan niet berekend alsof het kind eerst heeft geërfd, maar rechtstreeks in hoofde van de kleinkinderen die de nalatenschap verkrijgen. Daardoor kan de belastingdruk beter worden gespreid over meerdere erfgenamen, die elk afzonderlijk van de lagere progressieve tariefschijven kunnen genieten.
Dat kan voordeliger zijn dan een doorgeefschenking. Bij een doorgeefschenking erft het kind immers eerst zelf, waardoor er in eerste instantie erfbelasting verschuldigd is in hoofde van dat kind. Nadien kan onder voorwaarden wel een vrijstelling van schenkbelasting gelden wanneer het geërfde vermogen wordt doorgeschonken aan de volgende generatie, maar de eerste heffing in de erfbelasting is dan al gebeurd.
De verwerping heeft wel een belangrijk nadeel: zij is in principe alles of niets. Het kind kan niet zomaar een deel van de nalatenschap verwerpen en een ander deel behouden. Dat maakt de techniek minder flexibel dan een doorgeefschenking.
De grootouder kan de generatiesprong ook zelf organiseren
Een generatiesprong hoeft niet altijd pas na het overlijden te worden georganiseerd door het kind dat erft. De grootouder kan tijdens zijn of haar leven zelf al bepalen dat een deel van de nalatenschap rechtstreeks naar de kleinkinderen gaat.
Dat kan bijvoorbeeld via een testament waarin de kleinkinderen rechtstreeks als legatarissen worden aangeduid.
Fiscaal kan dat zeer interessant zijn. Hoe meer erfgenamen of legatarissen tot de nalatenschap komen, hoe sterker de erfbelasting wordt gespreid. In Vlaanderen worden kleinkinderen bovendien in de rechte lijn belast, net zoals kinderen. Ook voor kleinkinderen geldt de opsplitsing tussen roerende en onroerende goederen. Voor beperkte verkrijgingen kan bovendien een belastingkrediet spelen, waardoor een erfdeel van 12.500 euro in de praktijk volledig wordt geneutraliseerd.
Een grootouder kan bijvoorbeeld aan elk kleinkind een bepaald bedrag legateren. Dat kan nuttig zijn wanneer men alle kleinkinderen gelijk wil behandelen, zonder de globale verdeling tussen de kinderen volledig open te breken.
Het Ik-Opa- of Ik-Oma-testament
Een andere zeer interessante techniek is het zogenaamde Ik-Opa- of Ik-Oma-testament.
Daarbij laat de grootouder via een testament zijn of haar vermogen in eerste instantie na aan de kinderen, maar met een last ten voordele van de kleinkinderen. Het kind krijgt dan bijvoorbeeld een erfdeel, maar moet daaruit een bepaald bedrag of percentage aan zijn of haar eigen kinderen uitkeren.
De grootouder kan daarbij zelf bepalen wanneer de kleinkinderen hun deel ontvangen. Dat kan onmiddellijk na het overlijden zijn, maar ook pas op een latere datum, bijvoorbeeld wanneer het kleinkind een bepaalde leeftijd bereikt. In sommige gevallen kan zelfs worden bepaald dat de last pas opeisbaar wordt bij het overlijden van het kind dat met de last is bezwaard.
Fiscaal kan dat bijzonder interessant zijn. Het kind wordt in principe slechts belast op het netto-erfdeel, dus na aftrek van de last. Het kleinkind wordt afzonderlijk belast op de waarde van wat het verkrijgt. Daardoor kan een gedeeltelijke generatiesprong worden georganiseerd, zonder dat het kind volledig uit de nalatenschap wordt gehouden.
In vergelijking met de doorgeefschenking heeft deze techniek als belangrijk voordeel dat de planning al in het testament zelf wordt ingebouwd. Het kind moet dus niet eerst volledig erven om nadien zelf opnieuw door te schenken. De fiscale verdeling tussen kind en kleinkind wordt meteen bij het overlijden georganiseerd.
Een goed opgesteld Ik-Opa- of Ik-Oma-testament hoeft op zich geen fiscaal misbruik uit te maken. Testamentaire bepalingen zijn in principe geen fiscaal misbruik omdat de erflater zelf niet de schuldenaar is van de erfbelasting.
Een Ik-Opa- of Ik-Oma-testament moet wel steeds zorgvuldig worden uitgewerkt. De omvang van de last, het moment van opeisbaarheid en de fiscale waardering ervan moeten vooraf worden doorgerekend.
Voor wie tijdig nadenkt over een generatiesprong, kan het Ik-Opa- of Ik-Oma-testament daarom een bijzonder efficiënt alternatief zijn voor een latere doorgeefschenking.
Het restlegaat of fideï-commis de residuo
Ten slotte kan ook een restlegaat of fideï-commis de residuo nuttig zijn. Bij een restlegaat krijgt een eerste begunstigde bepaalde goederen, maar wordt tegelijk bepaald wie zal verkrijgen wat daarvan later nog overblijft. Die volgende begunstigde noemt men de verwachter.
De eerste begunstigde moet dus niet alles bewaren. Hij of zij mag de goederen gebruiken en er in principe ook onder bezwarende titel over beschikken. Wat niet kan, is de goederen zomaar zelf wegschenken of nalaten aan iemand anders, wanneer de oorspronkelijke testator al heeft bepaald wie het overschot uiteindelijk moet verkrijgen.
Deze techniek kan interessant zijn wanneer men een kind wil beschermen, maar tegelijk wil vermijden dat het familiaal vermogen later volledig buiten de familie terechtkomt.
Ook fiscaal kan dit relevant zijn. Wanneer het overschot later toekomt aan de verwachter, wordt die in bepaalde gevallen belast alsof hij rechtstreeks van de oorspronkelijke testator verkrijgt. Dat kan belangrijk zijn wanneer de verwachter anders in een zwaarder belaste zijlijn zou erven.
Conclusie: de juiste techniek hangt af van de timing
De doorgeefschenking is een nuttige techniek, vooral wanneer pas na een overlijden wordt beslist om geërfd vermogen door te geven aan de volgende generatie.
Toch is zij niet altijd de beste oplossing. Wie tijdig nadenkt over een generatiesprong, beschikt vaak over ruimere en fiscaal interessantere mogelijkheden. Wanneer de grootouder tijdens het leven al weet dat een deel van het vermogen uiteindelijk naar de kleinkinderen moet gaan, is het meestal aangewezen om die overgang zelf te organiseren via een testament.
Begeleiding op maat
Twijfelt u of een doorgeefschenking, verwerping, testamentaire generatiesprong of restlegaat in uw situatie aangewezen is? Dan is begeleiding op maat essentieel.
Een eerste gesprek laat toe om uw situatie helder in kaart te brengen en de mogelijke pistes te verkennen. Zo krijgt u zicht op wat juridisch en fiscaal mogelijk is, en welke aanpak het best aansluit bij uw persoonlijke of familiale context.
Ik denk graag met u mee.





