top of page

Fiscaal voordelige partnerbescherming binnen het wettelijk stelsel: opnieuw groen licht voor het toekenningsbeding

  • Bob Beazar
  • 3 days ago
  • 4 min read

In een eerder artikel lichtte ik reeds toe dat het toekenningsbeding niet langer enkel van belang is voor echtgenoten gehuwd onder een stelsel van scheiding van goederen. Ook binnen het wettelijk stelsel kan een optioneel eenzijdig toekenningsbeding met betrekking tot eigen goederen een fiscaal interessante techniek zijn voor de bescherming van de langstlevende echtgenoot.

Die piste wordt nu opnieuw bevestigd. In voorafgaande beslissing nr. 26020, gepubliceerd op 12 juni 2026, spreekt VLABEL zich opnieuw positief uit over een gelijkaardige planning.


Een tweede positieve beslissing

In de eerdere beslissing nr. 25136 van 9 februari 2026 ging het om echtgenoten die gehuwd waren onder het wettelijk stelsel, zonder huwelijkscontract. Via een optioneel toekenningsbeding wilde men de langstlevende echtgenote de mogelijkheid geven om bepaalde eigen goederen van de echtgenoot bij diens overlijden naar zich toe te trekken. VLABEL aanvaardde toen dat de toekenning fiscaal niet werd behandeld als een erfrechtelijke verkrijging of als een schenking.

De nieuwe beslissing nr. 26020 bevestigt die positie opnieuw.


Wat waren de feiten in de nieuwe beslissing?

In de nieuwe beslissing waren de echtgenoten oorspronkelijk gehuwd onder het stelsel van zuivere scheiding van goederen. Later stapten zij over naar het wettelijk stelsel, met toevoeging van een keuzebeding voor de huwgemeenschap. Bij die overstap kozen zij er bewust voor om hun eigen vermogens buiten de gemeenschap te houden. Zo wilden zij meer solidariteit creëren, zonder hun autonomie over dat eigen vermogen prijs te geven.

Daar zat precies de moeilijkheid. Het vermogen van de man bestond grotendeels uit aandelen en beleggingen die hem persoonlijk toebehoorden. Het bestaande keuzebeding bood daarvoor geen afdoende oplossing, omdat het enkel betrekking had op de goederen van de huwgemeenschap.

Daarom wilden de echtgenoten een bijkomend optioneel toekenningsbeding voorzien. Bij vooroverlijden van de man zou de langstlevende echtgenote kunnen kiezen om de betrokken aandelen en beleggingen geheel of gedeeltelijk te verkrijgen, in volle eigendom, blote eigendom of vruchtgebruik.


De fiscale behandeling van het toekenningsbeding: vooral interessant voor roerende goederen

VLABEL volgt in deze nieuwe beslissing dezelfde fiscale redenering als in de eerdere beslissing.

Wanneer het toekenningsbeding burgerrechtelijk geldig kwalificeert als een huwelijksvoordeel met zakenrechtelijke werking, werkt die kwalificatie ook fiscaal door. De verkrijging door de langstlevende echtgenoot wordt dan niet behandeld als een erfrechtelijke verkrijging of als een schenking, maar als een huwelijksvermogensrechtelijke verkrijging onder bezwarende titel.

Net daarom is de techniek in de praktijk vooral interessant voor roerende goederen, zoals aandelen, effectenportefeuilles, liquiditeiten of ander investeringsvermogen. Mits correcte structurering kan de verkrijging door de langstlevende echtgenoot dan buiten de erfbelasting blijven.

Voor onroerende goederen ligt de fiscale analyse genuanceerder. Daar kan het verkooprecht in beeld komen. Dat neemt niet weg dat ook dan een vergelijking moet worden gemaakt met de erfbelasting die zonder planning verschuldigd zou zijn.


Wat waren de niet-fiscale motieven die aan de basis lagen?

De echtgenoten konden verschillende familiale en burgerrechtelijke (niet-fiscale) motieven naar voren schuiven.

In de eerste plaats wilde de man zijn echtgenote beter beschermen. Zonder bijkomende regeling zouden zijn eigen goederen bij overlijden in beginsel via de wettelijke of testamentaire devolutie vererven. Dat zou de positie van de langstlevende echtgenote kunnen verzwakken, zeker wanneer zij geconfronteerd wordt met de reservataire aanspraken van de kinderen.

Daarnaast wilde de man vermijden dat zijn kinderen te vroeg een omvangrijk vermogen zouden verkrijgen. In de beslissing wordt uitdrukkelijk vermeld dat de kinderen weliswaar meerderjarig waren, maar nog relatief jong. Het ging om kinderen tussen 20 en 26 jaar. Volgens de aanvragers beschikten zij mogelijk nog niet over de nodige maturiteit om een vermogen van dergelijke aard en omvang adequaat te beheren.

Ten slotte wilde de man tijdens zijn leven de autonomie behouden over het beheer van zijn eigen vermogen. Een inbreng in het gemeenschappelijk vermogen was daarom geen gepaste oplossing.

VLABEL aanvaardde deze motieven. Gelet op de concrete omstandigheden was er volgens VLABEL geen sprake van fiscaal misbruik. Opvallend is dat de jonge leeftijd van de kinderen opnieuw succesvol werd ingeroepen als niet-fiscaal motief, net zoals in de eerdere beslissing nr. 25136.


Een duidelijke tendens

De nieuwe beslissing bevestigt dat het toekenningsbeding binnen het wettelijk stelsel niet langer een louter theoretische piste is. Na beslissing nr. 25136 volgt nu een tweede positieve beslissing in dezelfde lijn. Dat biedt bijkomend comfort voor koppels die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel en waarbij één partner een belangrijk eigen vermogen heeft opgebouwd. Denk bijvoorbeeld aan aandelen in een vennootschap, een effectenportefeuille of ander investeringsvermogen.

In dergelijke situaties kan een optioneel toekenningsbeding een interessant instrument zijn om de langstlevende echtgenoot beter te beschermen, zonder dat de eigenaar tijdens het leven de controle over zijn eigen vermogen moet prijsgeven.


Civielrechtelijk waterdicht?

Daarbij moet wel een belangrijke nuance worden gemaakt. De fiscale analyse van VLABEL vertrekt noodzakelijkerwijs vanuit de vooropgestelde burgerrechtelijke kwalificatie van het toekenningsbeding als een geldig huwelijksvoordeel met zakenrechtelijke werking.

Net op dat punt kunnen in de praktijk nog vragen rijzen wanneer een dergelijk beding wordt toegepast binnen een gemeenschapsstelsel en betrekking heeft op eigen goederen van één van de echtgenoten. Daarom blijft het aangewezen om deze techniek niet louter fiscaal te benaderen, maar ook telkens grondig te toetsen aan de civielrechtelijke spelregels van het toepasselijke huwelijksvermogensstelsel.


Begeleiding op maat

Ik begeleid u graag bij de vraag of een toekenningsbeding binnen uw huwelijksstelsel aangewezen is. Een eerste gesprek laat toe om uw situatie helder in kaart te brengen en de mogelijke pistes te verkennen. Zo krijgt u zicht op wat juridisch en fiscaal mogelijk is, en welke aanpak het best aansluit bij uw persoonlijke of familiale context.

Ik denk graag met u mee.




 
 
bottom of page